Gepubliceerd: 10 augustus 2005 00:00 | Gewijzigd: 22 augustus 2008 17:12
Altijd de slechterik. Het gezicht van Sean Bean veroordeelt de acteur tot boosaardige rollen, zoals in 'The Island'. Hij heeft er schik in.
Door Bas Blokker
Zelfs wie de boeken van Tolkien niet kende, kon tevoren raden wie de zwakste schakel was van het reisgezelschap van Frodo de hobbit; het gezicht van Sean Bean (Boromir) is niet zo stoer als dat van Viggo Mortensen (Aragorn), zo onschuldig als dat van Orlando Bloom (Legolas), zo wijs als dat van Ian McKellen (Gandalf) of zelfs maar zo simpel ruig als dat van John Rhys-Davies (Gimli). In Beans gezicht ligt altijd achterdocht verscholen, verraad of laagheid. Het zal iets te maken hebben met die scheve lach of zijn ogen, die altijd staan of ze de zon tegen hebben.

Met dat gezicht moet de acteur Sean Bean het doen en hij heeft er zijn broodwinning van kunnen maken, van het moment dat hij in 1986 de broeierige plebejer Ranuccio speelde in de hypergestileerde Caravaggio van Derek Jarman, tot aan zijn meest recente rol als de demonische geleerde doctor Merrick in The Island van Michael Bay. Dat het heeft geleid tot een grote verzameling schurkenrollen, deert hem niet, zei hij al in een interview in 1999: ,,Ik snap niets van acteurs die een rol hebben gespeeld en dan zeggen 'Nu ga ik een tegenovergestelde rol zoeken om te laten zien hoe breed mijn acteertalent is.' Waarom zou je? Doe wat je wil doen. Ik ben gek op schurken, die zitten psychologisch interessant in elkaar.''

Shaun Mark Bean werd geboren in 1959 in de Britse staalstad Sheffield, waar hij begon te werken in zijn vaders lasbedrijf en waar hij voorgoed supporter werd van Sheffield United (op zijn schouder heeft hij in 1990, toen de club promoveerde, '100% Blade' laten tatoeëren, naar de koosnaam van de supporters). Maar na vergeefs te hebben gezocht naar een eigen carrière als voetballer of bokser, kwam hij terecht op de Royal Academy of Dramatic Art in Londen.

Enkele sterke filmrollen, zoals in Stormy Monday van Mike Figgis (1988) of The Field van Jim Sheridan (1990), brachten hem in Hollywood onder de aandacht. Daar werd hij getypecast als Ier - met om te beginnen een maniakale rol als aartsvijand van Harrison Ford in Patriot Games (Philip Noyce, 1992). Andere ellendelingen speelde hij in de James Bond-film Goldeneye uit 1995 en vorig jaar nog in National Treasure als rivaliserende schatjager die het op Nicholas Cage gemunt heeft.

Maar het echte miljoenenpubliek bereikte hij met een interessantere, zij het relatief kleine rol, die van de wankelmoedige mens Boromir die temidden van de sprookjeswezens van Midden-Aarde worstelt met zijn verlangen naar macht en zijn zucht om goed te doen. Lord of the Rings-regisseur Peter Jackson had het goed gezien: het is niets minder dan het menselijk tekort dat in Beans gezicht te zien valt. Als geschifte geleerde in Michael Bay's sf-actiefilm The Island wordt dat menselijk tekort zijn achilleshiel: ziekte, sterfelijkheid, lichamelijke gebreken, ze blijken net zo min uit te bannen als hebzucht en megalomanie.

NRC Handelsblad